“Het dorp de Wouwse Plantage”

een bijdrage van Adrie Goorden, natuurgids
 
Als we de dorpen in de buurt bekijken, dan hebben ze allemaal een lang verleden. Nispen bijvoorbeeld was er al voordat er van Roosendaal zelfs maar sprake was! Ook Wouw werd al in de dertiende eeuw genoemd. Des te opmerkelijk is het dat het dorp De Wouwse Plantage relatief genomen nog een vrij jong dorp is. Indirect heeft zelfs de oorlog met de Fransen in 1800 een rol gespeeld. Einde 1813 werden namelijk deze Fransen onder leiding van Napoleon Bonaparte bij Leipzich verslagen en zij moesten de door hun in beslag genomen gronden weer teruggegeven aan de Staat der Nederlanden. Dit zorgde voor een nieuwe wet in 1821 om deze gronden te verkopen. Er was veel belangstelling voor deze verkoop, vooral onze zuiderburen (nu de Belgen) hadden kennelijk vele ‘Frankskes’ over voor deze gronden. In 1839 werden de kavels 50 t/m 54 gelegen tussen Wouw en Huijbergen verkocht aan Pierre Joseph De Caters, o.a. burgemeester van Berchem. Deze rijke bankier plantte zijn jonge domein vol met dennen, voornamelijk Corsicaans -en grove dennen. Deze waren vooral bestemd voor de mijnbouw in Limburg. Voor deze bosbouw waren bosarbeiders nodig. Zij vonden hun “home” vlak naast de oude turfvaart De Zoom.
 

Foto: A. Goorden
Pjeer J. de Caters (die inmiddels de titel Baron had gekregen) zorgde goed voor zijn aldaar wonende mensen. In 1870 werd het daar allemaal zo‘n drukte, dat de zoon van de Baron De Caters, genaamd Constantin die inmiddels het stokje van zijn vader had overgenomen, besloot om te proberen er een aparte parochie van te maken. Hij rooide een stuk bos en bouwde daar alvast een houten kerk, die in 1872 reeds klaar was. Hij kreeg in eerste instantie maar weinig medewerking en het duurde tot 1876 voordat de parochie ‘Sint Gertrud in ‘t Woud’ werd ingezegend. Maar nog steeds was er kennelijk geen sprake van een echt geregistreerd dorp. Het werd soms “De Stenen Kamer” genoemd en soms gewoon “Het Dorp”, maar langzaam aan kreeg het een naam genoemd naar de mastenpinnen (gerooide stronken in de winter), dan wel naar de lange dennenkegels van de fijnsparren. Het kreeg toen de naam Pindorp. Dat duurde ongeveer tot 1950. Vervolgens werden ook deze aldaar wonende zelfstandigen, waaronder de wagenmaker, bakker, molenaar en boeren etc. mondiger en wilden een andere naam voor hun dorp. Zij vonden Pindorp een op hun neer kijkende naam en zo werd het in 1954 “De Wouwsche Plantage”.
Vier jaren later werden de letters ch er uitgehaald, dit om verwarring te voorkomen met het landgoed De Wouwsche Plantage. De grondlegger van het dorp is dus de familie De Caters. Als eerbetoon is er in het dorp een straat genoemd naar deze oprichter, de Baron de Catersstraat.
 
De natuur in de Wouwse Plantage.
 
De schoonheid van de Wouwse plantage (als bosgebied) is bij velen bekend. Zijn rechte zandige lanen met de oude beuken die hun zware takken gebogen naar elkaar omhoog richten geven een beeld weer als bevond je je in een kathedraal. Er is een aantal wandelroutes waar je o.a. in mei de bloeiende rododendrons kunt bewonderen. Ook het Kasteel en de bijgebouwen op het landgoed die in aparte stijl zijn gebouwd zijn de moeite waard. Al zijn deze niet op normale tijden toegankelijk en moet men tevoren toestemming aanvragen of men moet met een rondleiding van de heemkundeclub “De Vierschaar” uit Wouw mee gaan.
 
Het Derde Wereldbos.
 

Foto: A. Goorden
Het Derde Wereldbos bevindt zich achter de voetbalvelden van ‘Rimboe’, hoe toepasselijk deze woordspeling ook is, het is gewoon toeval. Als men de Wildertse dreef inrijdt vanaf de Plantagebaan, ziet men na 100 meter rechts de onverharde inrit naar m.i. het visitekaartje van de Stichting Wouw voor de Derde Wereld. Dit is een project voor kleinschalige hulpverlening voor de minder bedeelden in de derde wereldlanden Oeganda en Kenya. Door Corry van de Bosch, die daar al meer dan 10 jaar werkzaam is, wordt men steeds op de hoogte gehouden wat er daar zoal gebeurt. Kijk ook eens op de website www.wouw3w.nl daar kun je ook hoogte krijgen van dit project. In dit bos (ongeveer 1 ha. groot), is een vlindertuin aangelegd en het wordt onderhouden door een groep vrijwilligers, die de natuur hoog in het vaandel heeft staan. Het bos is aangeplant in 1993 door de scholengemeenschap in Wouw. Anno 2014 zijn deze destijds geplante boompjes als linden, wilde kastanjes en vele andere soorten uitgegroeid tot bomen, die door sommige mensen geadopteerd worden voor een bepaalde gebeurtenis. Bij de kroning van Koning Willem Alexander is een ‘gewone’ eik geplant. Deze boomsoort kwam al voor in de Germaanse tijd en was toen nog niet rooibaar vanwege het ontbrekende gereedschap. De eik werd dan ook als een koninklijke godenboom beschouwd.
Vanaf de maand mei kan men in de vlindertuin de vele bijen, hommels en andere insecten bewonderen, maar toch het meest de prachtige ‘fladderaars’, de vlinders. Vooral de vlinderstruiken doen het goed bij deze kleurrijke insectensoort en de vlinders voeden zich hieraan tot zij er ‘dronken’ van worden. Je kunt dan heel dichtbij ze komen om een foto te maken of om gewoon een kijkje te nemen naar de vele kleuren op hun lijfjes. Vooral de soorten Atalanta en Vossen kunnen er wat van als het om kleuren gaat. De vele soorten meestal wilde bloemen zorgen afwisselend bloeiend voor een mooie, sierlijke en vooral gezonde wilde tuin. Deze is vrij van allerlei onnatuurlijke bespuitingen zoals giften en chemicaliën . Ondanks dat het tamelijk dicht gelegen is bij een vrij drukke straat, kan het er in de week stil zijn en is het heerlijk toeven in het zonnetje aldaar op een bankje.
Laat eens lekker eventjes alles van je afglijden te midden van de legio zoemende bijen en vlinders.........