“Het mooie beekdal van Wouw”

een bijdrage van Adrie Goorden, natuurgids
 
Woide.... die Wouda, Albert Delahaye schreef het al in zijn boek over Wouw.
De naam is mogelijk ontstaan door het bosrijke gebied dat hier in het begin bij het ontstaan ervan al aanwezig was. Wouw is gelegen onder de rook van Roosendaal op een zogenaamde ‘donk’. Een donk is een verhoging in het landschap.

Foto: A. Goorden
Foto: A. Goorden
Aan de voet van deze donk stroomde reeds lang voor de middeleeuwen “de Smalle Beek”; een bij regen snelstromende beek die het water afvoert vanaf het hoger gelegen Zoomvliet langs het voormalige kasteel van Wouw richting Steenbergen en Kruisland. Vroeger was deze waterburcht door deze beek omzoomd en bevoorraadde en beschermde dit als zodanig het kasteel van de Markiezen van Bergen op Zoom. De grond langs de beek en het dorp had vroeger een agrarische bestemming. Nu is het al reeds lange tijd een prachtig natuurgebiedje dat wordt beheerd door Staatsbosbeheer. Langs de vele slootjes die hun afwatering zoeken in de smalle beek, staan oude maar ook jongere wilgen. Hun ‘pruiken’ (takken) worden om de zoveel jaren geknot door vrijwilligers van de IVN afdeling Roosendaal, die het heerlijk vinden om in deze mooie natuur te werken. De hele oude wilgen moeten eerder geknot worden, om zo het uitscheuren van hun stam te voorkomen. Bij een recente telling bleek dat er in totaal meer dan 150 knotwilgen in dit beekdal staan. Ook de doeldreef die langs het schilderachtige kapelletje loopt, is aan beide zijden beplant met deze aparte wilgen. Als het wat vochtig weer is, kun je er bij wat geluk, vele tuinslakken zien zitten op de stammen van jonge wilgen. De een nog met een meer gekleurder huisje dan de andere. In de bast van deze wilgen zitten medische stoffen die tegen hoofdpijn gebruikt kunnen worden. Zouden deze slakken ook last van hoofdpijn hebben? De algemene opvatting bestaat dat koeien de jonge bast af proberen te scheuren als ze last hebben van deze kwaal. Vooral in het voorjaar kun je hier vele soorten vogels aantreffen, zoals grote populaties houtduiven en kraaiachtigen. Enkele jaren geleden, vóór de laatste strenge winters, werd het ijsvogeltje regelmatig gezien langs de Smalle Beek. Vooral bij nat weer landen hier ook vele wulpen, die met hun gebogen lange snavel de wormen en larven gemakkelijk kunnen verschalken. Ook kun je hier het beeld aantreffen van een groene specht, die met zijn mosgroene pluimage af steekt bij de wat donkere lucht en met zijn golvende vlucht hier een goed heenkomen vindt. Maar heel mooi is het ook wanneer er een buizerd komt gevlogen in het territorium van de kraaien. Deze pientere zwartgerokte vogelsoort behoort tot een van de slimste van het dierenrijk. Zij maken het de buizerd behoorlijk moeilijk door hun in de lucht uitgevoerde schijnaanvallen op hun vijand. Deze kiest dan ook eieren voor zijn geld en vliegt weg. Ondanks het gegeven dat hij de roofvogel is, kan hij tegen die overmacht niet op.
 
Foto: A. Goorden
Foto: A. Goorden
De Smalle Beek voldoet ook aan de gestelde eisen van een ecologische verbindingszone. Vanaf Zoomvliet is hij om de ongeveer 300 m. voorzien van z.g. ‘stapstenen’. Dit zijn kikkerpoelen die omringd zijn door de aanplant van bloemen en struiken. De wat bangere dieren durven zich hierlangs wel te verplaatsen, o.a. op zoek naar een nieuw natuurgebied. Als alles goed gaat zouden in Nederland rond het jaar 2020 alle natuurgebieden met elkaar verbonden moeten zijn, door deze voor alle natuur zo belangrijke verbindingszones. De snelwegen van moeder natuur. Want, stel je eens voor als onze groene planten en bomen morgen uitgestorven zouden zijn.... dan zijn wij mensen en dieren ‘gisteren’ overleden, want zij zorgen voor zuurstof en voor het opvangen en afvoeren van fijnstof o.a. Laten wij tenslotte ook kunnen genieten van het kleine in de natuur, van bijvoorbeeld het madeliefje, een fladderend koolwitje in de morgenzon, of een libel die zich aan het opwarmen is om straks te verdwijnen in die nog steeds betoverende wereld van moeder natuur....