Zorgen over lekkage bij BioMoer in Moerstraten.


U leest hier een stuk dat ook in “Alert” deel 2 (de nieuwsbrief) van januari 2015 is geplaatst van natuurbeschermingsorganisatie Namiro.

Op 24 oktober 2014 vond een lekkage plaats bij het bedrijf BioMoer, een co-vergistingsinstallatie. Door vergisting van mest en co-producten wekt dit bedrijf energie (biogas/stroom) op, een van de vele ‘nieuwe’ manieren om energie te verkrijgen - net als windenergie. Co-producten bestaan naast afvalstoffen ook uit speciaal geteelde grondstoffen als mais en/of graan.

BioMoer ligt aan de Luienhoekweg (Moerstraten, gemeente Roosendaal) op de grens met Bergen op Zoom en voor een groot deel ook op grondgebied van Bergen op Zoom vlak naast het Halsters Laag. Dat is een bijzonder en beschermd natuurgebied (een Natte Natuurparel) waarvoor de Stichting tot Behoud van het Halsters Laag en het Buitengebied Wouw (hierna: de Stichting) zich inzet om dit gebied te helpen beschermen. De gemeente Roosendaal is voorstander van de co-vergistingsinstallatie bij Moerstraten, de gemeente Bergen op Zoom niet.

De lekkage zorgde voor een enorme onwelriekende bende. Eerst zou het om lekkage van mest gaan, maar later bleek het digestaat te zijn. Digestaat is een eindproduct van mestverwerking dat op het land wordt verspreid als meststof. Deze lekkage werd op de 24ste oktober door het bedrijf pas later op de middag gemeld bij de OMWB (Omgevingsdienst Midden- en West- Brabant), maar was door een werknemer al vroeg in de ochtend ontdekt. Twee eigenaren van het bedrijf, die op het terrein wonen, waren op vakantie en een werknemer neemt dan waar. Deze calamiteit wordt omschreven als ‘ongewoon voorval’.
Na de (verplichte) melding heeft de OMWB samen met het Waterschap ter plaatse ad hoc een controle verricht, maar er werden in eerste instantie geen monsters genomen van de sloten.
     Ter informatie: Voor dieren en planten is een grote hoeveelheid mest ineens in het water en in de grond giftig en zelfs onmiddellijk dodelijk. Vandaar dat de Stichting zich zorgen maakt over een lekkage van een grote hoeveelheid mest of digestaat.
     Hoewel na de lekkage de sloten, zowel gelegen aan de kant van het bedrijf als aan de overkant bij de buren, vervuild waren heeft de Stichting er bij het Waterschap die 24ste oktober op moeten aandringen monsters te nemen van de sloot. Het feit dat in eerste instantie niet duidelijk was wat er precies gelekt was (was het nu mest of digestaat) vond de Stichting al zorgelijk. Daarnaast trof een overbuurvouw kikkers aan in de sloot die op sterven na dood waren. Het bedrijf kreeg de opdracht de zaak zo spoedig mogelijk schoon te maken en het moest een rapport aanleveren waarin het beschreef wat de oorzaak van de lekkage was. Deze gang van zaken staat volgens de Stichting gelijk aan het keuren van eigen waren.

Het rapport kwam er en het bedrijf heeft zelf moeten constateren dat de werknemer kennelijk een waarschuwingssignaal had genegeerd. Ook de techniek van het beveiligingssysteem had niet goed gewerkt. Het bedrijf heeft maatregelen genomen om een herhaling te voorkomen.
De grondmonsters die waren genomen zijn getest op stoffen die men verwacht aan te treffen bij digestaat, maar er is niet gekeken naar zaken die men daarin niet verwacht aan te treffen. Voor wat de verwachte stoffen betreft, deze hadden na afgravingswerkzaamheden van de sloten uiteindelijk de juiste waarden.

De Stichting heeft naar aanleiding van het door BioMoer opgestelde rapport nog enkele vragen gesteld aan de gemeente Roosendaal (de antwoorden moeten nog komen).
  • Hoe kan het bijvoorbeeld dat de beheerder van een dergelijke biogasinstallatie niet direct kan vertellen wat er gebeurd/gelekt is, laat staan dat er een schatting gemaakt kon worden van de hoeveelheden gelekte stoffen (de latere schatting was 30.000-40.000 liter,). De in-en uitgaande stoffen moeten ons inziens toch in de administratie terug te vinden zijn.
  • Welke opleiding hebben de eigenaren en de plaatsvervangend werknemer gevolgd om een dergelijke gasinstallatie te kunnen beheren. Let wel: we hebben het hier niet alleen over de verwerking van mest en co-producten, maar over een chemische reactie die in de installatie ontstaat en o.a. biogas oplevert. Dit is niet zonder risico‘s.
Voor het veel te laat melden van deze calamiteit heeft het bedrijf (slechts) een waarschuwing gekregen van de gemeente Roosendaal.

De richtlijnen die zijn opgesteld met betrekking tot co-vergistingsinstallaties laten hiaten zien en daar loopt niet alleen de Stichting tegenaan, maar ook menige andere belangengroep in Brabant Limburg en Drenthe. In deze provincies zijn veel van dergelijk zwaar gesubsidieerde installaties verrezen.
Duitsland heeft al geleerd dat dit concept toch niet zo milieuvriendelijk is als wordt voorgesteld. Het neemt te veel ruimte in beslag om daar nu op in te gaan, maar wie hier meer interesse in heeft kan bij Google de woorden: ‘Biogas de beerput, Reporter, november 2012 uitzending gemist’ intikken. Bij het bekijken van dit programma zal duidelijk zijn waarom de Stichting zich grote zorgen maakt inzake deze ontwikkeling.
Of u klikt op een van de volgende links:


Een grote co-vergistingsinstallatie hoort bij voorkeur thuis, ook volgens de richtlijnen van de RIVM, op een industrieterrein met goede uitvalswegen(40-tonners rijden van en naar het bedrijf), zeker met het oog op bijvoorbeeld een calamiteit waar gas bij betrokken zou zijn. Ernstige incidenten hebben zich al voorgedaan, zowel in Nederland als in Duitsland en België. We hopen uiteraard dat het hier nooit zover zal komen.

Binnenkort zal de rechter zich buigen over de uitbreidingswens van BioMoer om naar 50.000 ton (50 miljoen kilo) te vergisten materiaal te gaan. Namiro, IVN Groene Zoom, Benegora en de Stichting de Brabantse Wal zullen in ieder geval ook de stap zetten naar de rechter, om het belang van de natuur in dit buitengebied bij het Halsters Laag en dat van de mensen die er wonen te vertegenwoordigen